Geschiedenis

Aloude Rederijkerskamer De Peoene is een naam die al lang meegaat.

In de periode 1300 tot 1500 was er weinig vertier. De mensen gingen toen met een clubje bij elkaar liederen dichten en zingen en toneelstukken spelen. Ze werden rederijkers genoemd. Dit betekende: iemand die de welsprekendheid (retorica) beoefende. Een specifieke betekenis kreeg het woord in de late middeleeuwen toen amateur-dichters zich verenigden in Geestelijke Broederschappen en Rederijkerskamers werden genoemd.

Rederijkerskamers ontstonden ook vaak als Culturele Afdeling van de Gilden. Vaak werd de naam van een bloem gekozen voor een Rederijkerkamer. Zo was het ook bij Aloude Rederijkerskamer De Peoene.

Ze werd in 1466 opgericht door Wouter Van Battel. De naam werd door de jaren heen op verschillende wijzen opgetekend:

 

- 1472: Gesellen van de Pyonen

- 1561: De Pioen Bloeme

- 1562: Peoene

 

In 1575 besloot Hertog Alva om alle Rederijkerskamers te verbieden. Toch bleef "De Peoene" in stilte bestaan.

Het vaandel van de Taalzucht

In 1617 werd de kamer door de Aartshertogen heropgericht en kregen ze officieel recht van bestaan.

Na de fusie van "De Taalzucht" en "De Morgenster" in 1966 kende de "Soevereine Hoofdkamer van Retorica De Fonteyne" van Gent hen het recht toe opnieuw de naam te voeren van "Aloude Rederijkerskamer De Peoene".

In 1981 besloot "De Peoene" een eigen theater met 49 zitplaatsen op te richten. Onder de naam "Theater d'Hanekeef" vond "De Peoene" onderdak in het gelijknamige café in de Keizerstraat te Mechelen.

Negen succesvolle jaren later verhuisde "De Peoene" naar de Lange Schipstraat. Op deze nieuwe locatie was meer ruimte om bezoekers te ontvangen en meer bergruimte om decors en benodigdheden op te slaan.

"De Peoene", zoals we die nu kennen, was geboren. En het is een waar succes!

 

de pioenroos

Copyright © All Rights Reserved.